Nederlandse pedagogen

Nederlandse pedagogen

Enkele bekende Nederlandse pedagogen zijn :

 

O.a. de volgende universiteiten bieden een universitaire studie in de pedagogische wetenschappen aan:

  • Erasmus Universiteit Rotterdam
  • Universiteit van Amsterdam
  • Vrije Universiteit van Amsterdam
  • Rijksuniversiteit Groningen
  • Universiteit Leiden
  • Radboud Universiteit Nijmegen
  • Universiteit Utrecht

Marinus (Rien) H. van IJzendoorn

Prof. dr. Marinus (Rien) H. van IJzendoorn (Tiel, 14 mei 1952) is hoogleraar gezinspedagogiek aan de Universiteit Leiden. Hij onderzoekt daar gehechtheid en emotieregulatie van de wieg tot het graf, in intergenerationeel perspectief. In 2004 ontving hij voor zijn werk de Spinozapremie. Van IJzendoorns specialisme is hechting. Volgens deze theorie zijn kinderen evolutionair ‘geprogrammeerd’ om zich te hechten aan een opvoeder. De theorie is ontwikkeld door onder andere John Bowlby en Mary Ainsworth. Kinderen die veilig zijn gehecht aan hun opvoeders hebben de beste ontwikkelingskansen. Met meta-analyses van onder andere onderzoek naar geadopteerden combineerde Van IJzendoorn de resultaten van vele studies statistisch verantwoord met elkaar. Op basis van deze analyses noemde hij adoptie een ‘heel succesvolle interventie’. Ook deed hij veel onderzoek naar opvoeding van autistische kinderen en naar opvoeding door overlevers van de Holocaust. Het NCKO is opgericht als een samenwerkingsverband tussen drie hoogleraren, verbonden aan drie Nederlandse universiteiten:   Bron : Wikipedia

Louis Tavecchio

De heer prof. dr. L.W.C. (Louis Willem Cornelis) Tavecchio (geboren 10 maart 1946) was van 1989-1995 voorzitter van de werkgemeenschap Empirisch Gezins-pedagogisch Onderzoek van NWO/PEDON. In 2001 keerde hij terug bij de UvA (afdeling Pedagogiek & Onderwijskunde) als bijzonder hoogleraar pedagogische aspecten en kwaliteit van kinderopvang met de oratie Van opvang naar opvoeding. Tot zijn pensioen was hij coördinator en samen met collega-hoogleraar Marianne Riksen-Walraven (Radboud Universiteit Nijmegen) projectleider van het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO). Van februari 2007 tot september 2013 vervulde hij tevens de functie van Lector Vraaggerichte Methodiekontwikkeling en Onderzoek bij het Kenniscentrum van het domein Maatschappij en Recht van de Hogeschool van Amsterdam.

Hij houdt zich daarnaast specifiek bezig met de ontwikkeling van jongens en de betekenis van vaderschap. Hij heeft regelmatig de aandacht gevraagd voor het gebrek aan mannelijke opvoeders in kinderopvang en primair onderwijs. Van 2006 tot 2012 was hij hoofdredacteur van het tijdschrift Pedagogiek en tot 2013 lid van de redactie van Kind & Adolescent Review. Bron : Wikipedia

Ruben Fukkink

De heer prof. dr R.G. Fukkink (1969) is in 2012 benoemd tot bijzonder hoogleraar Kinderopvang en educatieve voorzieningen voor het jonge kind aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. De leerstoel is ingesteld vanwege de Stichting Ondersteuning leerstoel kinderopvang en educatieve voorzieningen voor het jonge kind.

Dhr. Fukkink is sinds 2009 universitair docent Pedagogiek en Onderwijswetenschappen aan de UvA. Voor die tijd was hij senior onderzoeker aan het SCO-Kohnstamm Instituut. Hij is sinds 2011 projectleider van het Nederlands Consortium Kinderopvangonderzoek (NCKO).

Prof. dr. J.M.A. Riksen-Walraven

Al tijdens haar psychologiestudie (1967-1973) aan de Nijmeegse universiteit raakte prof. dr. J.M.A. (Marianne) Riksen-Walraven (geb. 1-3-1949) gefascineerd door de invloed van vroege sociale ervaringen op de ontwikkeling van kinderen en dat thema is sindsdien altijd het voornaamste onderwerp van haar onderzoek gebleven. Haar promotieonderzoek (1974-1977), een experimentele interventiestudie bij 100 ouder-kind paren, toonde het grote belang aan van de responsiviteit van ouders tijdens de dagelijkse interacties met hun kind in het eerste levensjaar. Verhoging van de responsiviteit van ouders bleek een positief effect te hebben op de exploratiedrang van de kinderen en hun vermogen om het verband te ontdekken tussen hun eigen gedrag en de gevolgen daarvan. Longitudinale follow-up van deze groep in de jaren daarna liet zien dat de responsiviteit van ouders in het eerste levensjaar van hun kind langdurige effecten heeft op de ego-veerkracht van het kind, d.w.z. het vermogen om gedrag en emoties te reguleren en zich flexibel aan te passen aan veranderende en vooral stressvolle omstandigheden. In latere jaren begeleidde zij onderzoek naar de vroege opvoeder-kind interactie in verschillende culturen (o.a. in Japanse, Indonesische en Surinaams-Nederlandse gezinnen) en in groepen met een verhoogd risico op problemen in de opvoeder-kind interactie, zoals doofblinde kinderen en baby’s van moeders met een postpartum-depressie.

Leerstoel

Van 1998 tot 2001 was Marianne Riksen-Walraven hoogleraar op de leerstoel “Theorievorming en empirisch onderzoek op het gebied van de kinderopvang” aan de Universiteit van Amsterdam, en in 2000 werd zij aan de Radboud Universiteit Nijmegen benoemd tot hoogleraar op de persoonlijke leerstoel “Ontwikkelingspsychologie, in het bijzonder de vroegkinderlijke ontwikkeling”. Marianne Riksen-Walraven heeft samen met prof. dr. L.W.C. Tavecchio (Universiteit van Amsterdam) en prof. dr. M.H. Van IJzendoorn (Universiteit Leiden) het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO) opgericht als een samenwerkingsverband tussen de drie hoogleraren, verbonden aan drie Nederlandse universiteiten.

Basisdoelen

In de wet staan vier pedagogische basisdoelen die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van het kind, beschreven door Marianne Riksen-Walraven:
  1. Het bieden van een gevoel van emotionele veiligheid
  2. Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties
  3. Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van de sociale competenties
  4. Kinderen gelegenheid bieden om zich normen en waarden, de cultuur van een samenleving eigen te maken

Pedagogen

Een pedagoog is iemand die de ontwikkeling van een jeugdige bestudeert, rekening houdend met ontwikkelingsaspecten zoals:

  • Biologische ontwikkeling
  • Sociaal-emotionele ontwikkeling
  • Cognitieve ontwikkeling
  • Psychologische ontwikkeling

Een pedagoog kan een voorlichtende functie hebben, maar ook een begeleidende. De benaming “pedagoog” wordt niet veel gebruikt, omdat veel pedagogen in verschillende functies actief zijn, zoals groepsbegeleider, pedagogisch begeleider, pedagogisch medewerker of schoolpedagoog.

Bekende pedagogen in de kinderopvang zijn o.a. :

 

De NVO is de beroepsvereniging van pedagogen in Nederland.